Stachys arvensis 01


Algemeen

Hoe gewoon de naam van deze plant ook klinkt, Akkerandoorn is lang zo algemeen niet als Moerasandoorn (Stachys palustris). Deze plant is twee keer zo groot. Ook zal de Akkerandoorn niet zo snel aangezien voor een Orchis. Akkerandoorn is inderdaad niet zo groot (max. 30 cm. maar vaak kleiner) en de bloemen zijn wit/roze, dus loop je deze plant sneller voorbij. Akkerandoorn bloeit in Juli tot en met de herfst.

Er komen in minstens 4  Andoorn (Stachys) soorten in het wild voor in Nederland:

  • Akkerandoorn (Stachys arvensis) - vrij zeldzaam
  • Bosandoorn (Stachys sylvatica) - algemeen
  • Moerasandoorn (Stachys palustris) - algemeen
  • Wollige andoorn (Stachys byzantina) - vrij zeldzaam

Verklaring Nederlandse naam

Het woord Akker geeft aan dat deze soort Andoorn niet zo veel eisen stelt aan de bodem waar hij groeit. Maar het is ook ter onderscheid van de andere soorten Andoorn die in Nederland voorkomen.

Het tweede gedeelte, het woord Andoorn, is voor mij en volgens verschillende boeken (o.a. het Etymologisch woordenboek) nog onbekend.

Namen in andere talen

  • English: Field Woundwort
  • Français: Épiaire des champs
  • Deutsch: Acker-Ziest
  • Espanõl: hierba de gato
  • Italiano: Stregona minore
  • Svenska: Åkersyska
  • Norsk: Småsvinerot
  • Dansk: Agergaltetand

Verklaring Buitenlandse namen

De Engelse naam is Dit betekent "akker wondkruid". Akker geeft aan dat deze plant niet echt veel eisen stelt aan de bodemsamenstelling. Akkerandoorn is al sinds de vroege middeleeuwen bekent als helend kruid bij wonden voor de Angel-saxen. Wort wordt over het algemeen in het Engels gebruikt voor een plant die geneeskrachtige werkingen heeft of waardevol is als voedsel.

De Franse naam is Épiaire des champs. Dit betekent (Épiaire van het land). Het woord Épiare is de algemene Franse benaming voor een Andoorn. De precieze herkomst van dit woord weet ik nog niet. De woorden "van het land" worden hierboven uitgelegd.

De Duitse naam is Acker-Ziest. Acker betekent natuurlijk "akker". Dit wordt bij de Engelse naam uitgelegd. Het woord Ziest is afgeleid van het Sorbisch (zie op deze Wikipagina de volledige uitleg bij de alinea Etymologie), het archetype (de bron) is "čisćik". Maar wat dit nu weer betekent is mij onbekend.

De Spaanse naam is Hierba de gato. Dit betekent "kattenkruid". Gek genoeg is het echte Kattenkruid (Nepeta) een andere heel andere soort. Beide soorten zijn wel onderdeel van de Lipbloemenfamilie (Labiatae/Lamiaceae), dus nauw verwant.

In Spanje kent men minstens vier namen voor elke plant. De algemene volksnaam, de Catalaanse naam (Provincie in Noord+Oost Spanje tegen de Pyreneeën aan), de Gallische naam (provincie in Noord-West-Spanje) en de Baskische naam (provincie in West-Spanje tegen de Pyreneeën aan). Ik heb de meest voorkomende algemene naam gebruikt.

De Italiaanse naam is Stregona minore. Dit betekent "kleine tovenaar". Waarom tovenaar weet ik niet precies. Sommige Stachys soorten hadden vroeger een mysterieus bestaan. Niet deze plant. De Akkerandoorn werd vroeger juist veel medicinaal veel gebruikt en was best nuttig (zie bijv. de Engelse naam). Klein verwijst waarschijnlijk naar de grootte van de plant vergeleken bijv. de Moerasandoorn (Stachys palustris). Er is niet één specifieke Italiaanse naam voor een plant, dit verschilt per regio. De hier genoemde naam kan ook nog varianten hebben.

Er is niet één specifieke Italiaanse naam voor een plant, dit verschilt per regio. Er is een algemene volksnaam en ook nog een variatie of een volledige andere naam in een van de 17 provincies. Ik heb de meest voorkomende algemene naam gebruikt.

De Zweedse naam is Åkersyska. Åker betekent natuurlijk "akker". Het woord Syska is waarschijnlijk afgeleid van het Duitse Ziest. Een heel ander woord maar Ziest was voor veel Zweden kennelijk moeilijk uit te spreken. Syska is tegenwoordig het Zweedse woord voor een Stachys soort.

De Noorse naam is Småsvinerot. Dit betekent "kleine varkensworten". Het woord "kleine" wordt bij de Italiaanse naam beschreven. Svinerot is een gebruikelijke Noors woord om een Andoorn-soort aan te duiden. Waarom dit zo is is mij nog onbekend. 

De Deense naam is Agergaltetand. Ager betekent "een bewerkt stuk land". Galte betekent "beer/zwijn" en Tand betekent gewoon "tand". De enige (niet veel geziene) verklaring die ik weet dat als de meeldraden zijn volgroeid deze rechts en links van de bloem hangen, als een soort slagtanden van een zwijn/beer.

Ecologie & Verspreiding

Ecologie

Bodem
Zonnige, open plaatsen (pionier) op matig droge tot matig vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, vaak kalkarme, neutrale tot zwak zure, humeuze grond (zand, leem, löss, dalgrond en zandige rivierklei).

Groeiplaats
Tuinen (moestuinen), akkers (akkerranden, graaakkers en hakvruchtakkers), braakliggende grond, bermen (open plekken) en ruigten. Akkerandoorn komt pas laat in het seizoen tot ontwikkeling en heeft maar weinig concurrentiekracht. Zelden vind je de soort in grote aantallen bijeen.

Verspreiding

Nederland
Vrij zeldzaam in Zuid-Limburg, in het rivierengebied en in het midden en oosten van het land en zeldzaam in West-Nederland. Elders zeer zeldzaam.

Vlaanderen
Vrij zeldzaam, maar zeer zeldzaam in het kustgebied. Het meest langs de Maas en in de Leemstreek. Sterk achteruitgegaan.

Wallonië
Vrij zeldzaam, maar zeer zeldzaam in de Hoge Ardennen.

Wereld
Oorspronkelijk uit Europa. In West-Europa, oostelijk tot in Zuid-Scandinavië, Noord-Polen en Zuid-ltalië. Ook in West-Azië, Noordwest-Afrika en op een aantal eilanden in de Atlantische Oceaan. Plaatselijk ingeburgerd in Noord- en Zuid-Amerika en Australië.

Meer

Zie ook de wetenschappelijke verklaring

Verspreiding Akkerandoorn

Verspreiding Akkerandoorn

FLORON Verspreidingsatlas vaatplanten