Algemeen
Een typisch kenmerk voor de Akkermelkdistel is dat de omwindsels (het gedeelte onder de bloemkroon) en de stengel is bezet met gele klierharen. Dit is een van de kenmerken. Maar voor mij is dit hét kenmerk voor een Akkerdistel.
Voor een heel nauwkeurige determinatie is uiteraard een goede flora nodig. Of deze website pagina van waarnemingen.nl Want bij hoge uitzondering zijn deze klierharen niet of nauwelijks aanwezig. Op deze site staat een tabel met een determinatiesleutel naar enkele (zeldzame) ondersoorten.
Ook een handig hulpmiddel is deze wikipagina. Hier staat halverwege een tabel met verschillen en overeenkomsten van 4 van de meest voorkomende Melkdistels in Nederland. Bij sterk zonlicht staan de bladeren als een soort kompas, volgens de Duitse Wiki-pagina dan. Mij is het nooit opgevallen. Wanneer de wortelstok wordt verwijderd blijven er stukjes wortel in de grond zitten. Deze stukjes ontwikkelen zich tot nieuwe planten. Akkermelkdistel wordt daarom beschouwd als een onkruid dat moeilijk te bestrijden is. Akkermelkdistel bloeit vanaf Juni t/m de herfst.
Op de website van Flora van Nederland is een Videodeterminatie van deze plant te zien.
Er komen minstens 6 soorten Melkdistel (Sonchus) in het wild voor in Nederland:
- Akkermelkdistel (Sonchus arvensis) - algemeen
- Gekroesde melkdistel (Sonchus asper) - algemeen
- Gewone melkdistel (Sonchus oleraceus) - algemeen
- Moerasmelkdistel (Sonchus palustris) - algemeen
- Slipbladmelkdistel (Sonchus tenerrimus) - zeer zeldzaam
- Zeeemelkdistel (Sonchus arvensis var. maritimus) - vrij zeldzaam
De term Distel is een Ruim begrip. Meestal lezen mensen "een stekelige composiet". Er zijn 5 soorten "Distels":
- Carduus
- Tengere distel (Carduus tenuiflorus) - zeer zeldzaam
- Kruldistel (Carduus crispus) - algemeen
- Knikkende distel (Carduus nutans) - algemeen
- Langstekelige distel (Carduus acanthoïdes) - zeer zeldzaam
- Carlina
- Driedistel (Carlina vulgaris) - zeldzaam
- Eryngium, dit geslacht heet wel distel maar is onderdeel van de Schermbloemenfamilie (Umbelliferae of Apiaceae)
- Blauwe zeedistel (Eryngium maritimum) - zeldzaam
- Kruisdistel (Eryngium campestre) - algemeen
- Vlakke kruisdistel (Eryngium planum) - algemeen
- Melkdistel (Sonchus)
- Akkermelkdistel (Sonchus arvensis) - algemeen
- Gekroesde melkdistel (Sonchus asper) - algemeen
- Gewone melkdistel (Sonchus oleraceus) - algemeen
- Moerasmelkdistel (Sonchus palustris) - algemeen
- Zeeemelkdistel (Sonchus arvensis var. maritimus/Sonchus maritimus) - vrij zeldzaam
- Vederdistels (Circium)
- Akkerdistel (Cirsium arvense) - algemeen
- Kale jonker (Cirsium palustre) - algemeen
- Moesdistel (Cirsium oleraceum) - zeldzaam
- Spaanse ruiter (Cirsium dissectum) - vrij zeldzaam
- Speerdistel (Cirsium vulgare) - algemeen
- wollige distel (Cirsium eriophorum) - zeer zeldzaam
Verklaring Nederlandse naam
Hoe komt een Nederlandse naam tot stand?
Nederlandse plantennamen zijn te vinden op een standaardlijst opgesteld door FLORON en Naturalis. Nieuwe Nederlandse namen voor wilde planten worden niet zomaar gekozen. Een comité van Nederlandse en Vlaamse taxonomen beoordeelt de voorstellen. Zelf een voorstel voor een nieuwe naam doen, mag natuurlijk. Zeker als de nieuwe soort zelf is gevonden. Iedereen vanaf Nederlands sprekend België tot aan Friesland moet tenslotte weten dat het om dezelfde plant gaat.
Vaak hebben planten al een Nederlandse naam. Dat is bijvoorbeeld het geval bij soorten die al geruime tijd in België voorkwamen, en bij cultuurgewassen. Voor namen van cultuurgewassen wordt ook gebruik gemaakt van de Standaardlijst van Nederlandse namen van cultuurplanten van NAK tuinbouw.
De commissie voor Nederlandse Plantennamen bestaat uit de volgende disciplines:
- Naturalis biodeversity center, sectie Botanie, Leiden
- Nationale Plantentuin, Meise (België), 3 personen
- FLORON Nijmegen
Deze distel komt algemeen voor. Op zowel akkers als vele andere plaatsen. Veel Nederlandse plantennamen bevatten vaak het woord Veld of Akker. Vaak betekent dit alleen maar dat de desbetreffende plant geen behoefte heeft aan een speciale bodemsamenstelling. Soms is het ook een woord puur ter onderscheid van andere soorten. De Akkerdistel is trouwens hard op weg om onderdeel te worden van de urbane flora, een stadsplant dus.
Melk vanwege het melkachtige sap dat vrijkomt als je de stengel breekt/kneust.
Het woord Distel is niet zo makkelijk te verklaren. Op etymologiebank.nl is een mogelijke uitleg te lezen.
Meer
Zie ook de wetenschappelijke verklaring.
Bevruchting en verspreiding
Hoe bestuiven insecten bloemen?
Eerst een grappig detail. Carl Linnaeus beschreef in zijn publicatie Species Plantarum het plantenrijk verdeeld op basis van het aantal meeldraden stempels in de bloem. Deze publicatie kwam voor het eerst uit in 1753. Pas 20 jaar! later in 1793 beschreef Christian Konrad Sprengel de daadwerkelijke functie van deze meeldraden en het belang hiervan i.c.m. insecten.
De meeste planten worden door insecten bestoven. Maar niet elke plant is geschikt voor elk insect. Hier is over nagedacht! Vingerhoedskruid is bijv. geschikt voor grote bijen e.d. Maar een hommel past nooit in een smalle kelkbuis van bijv. Blauw glidkruid. Elke plant is gebouwd voor bepaalde insecten. Planten met een groot bloem oppervlak zoals bijv. een Klaproos of Madeliefje.
Ook geur is belangrijk voor bestuivers. Denk maar aan de geur van Welriekende nachtorchis. Deze geur lokt Nachtvlinders naar de bloem. Ook Poelruit heeft bijv. een aparte geur die dan weer een specifiek soort bestuiver aan trekt. Sommige planten vinden wij als mensen niet echt prettig ruiken, insecten denken daar anders over. Varkenskers is daar een goed voorbeeld van.
Ook de kleur van de plant is belangrijk. Want wat wij waarnemen ziet een insect anders. Het menselijk oog ziet een deel van het lichtspectrum (tussen de 400 en 750nm) niet wat een insecten-oog wel ziet (tussen de 315 en 400nm). Onderstaande afbeelding geeft dit goed weer.
Juist dit stukje is voor bestuivers erg belangrijk. Wat wij zien als een twee egaal gekleurde bloemen die niet zoveel in kleur van elkaar verschillen ziet een insect als twee totaal andere bloemen. De kleuren geel en wit komen bij circa 58% van de inheemse plantensoorten voor.
UV-licht laat soms precies zien waar die lekkere nectar zich in de bloem bevindt middels honingmerken. Dit zijn specifieke vormen in het midden van de bloem, met donkere lijnen, vlekjes op de kroonbladen. Deze vormen worden in dit deel van het lichtspectrum zichtbaar waar wij egaal gekleurde kroonblaadjes zien. Deze honingmerken zijn soms zichtbaar. Kijk maar naar de gele ringen van Vergeet mij nietjes-soorten of de gele vlek in het hart van een Maartsviooltje. Maar het honingmerk van een Zonnebloem wordt pas zichtbaar in UV-licht.
Deze prachtige plant met z'n mooie gele klierharen valt op bij insecten. De bloemen zijn alleen 's ochtends open en worden bezocht en bestoven door bijen , vlinders en tweevleugelige insecten. En dat is wel nodig ook want alhoewel de bloem tweeslachtig is (hermafrodiet) moet deze Melkdistel het hebben van windbestuiving. Ook vegetatieve vermeerdering is voor deze plant belangrijk. Elk stukje wortel (rhizomen) kan weer, tot wanhoop van sommige mensen, uitgroeien tot een nieuwe plant.
Namen in andere talen
- Frysk: Simmertiksel
- English: Perennial Sowthistle, Corn Sow-thistle
- Français: Laiteron des champs
- Deutsch: Acker-Gänsedistel
- Espanõl: Cerraja, Cardincha
- Italiano: Grespino dei campi
- Svenska: Åkermolke
- Norsk: Åkerdylle
- Dansk: Ager-Svinemælk
Verklaring buitenlandse namen
Er zijn twee Engelse namen:
- Perennial Sowthistle: Sow betekent "zaaien" en Thisle "distel". Deze distel zaait zich makkelijk ui. Het gekke is dat Google deze distel consequent vertaalt met Zeug-distel. Maar een verklaring over een zeug/zwijn i.c.m. deze distel heb ik nog niet gevonden
- Corn Sow-thistle: Corn word vertaald met Mais/Koren distel. Dit is eigenlijk een algemene benaming voor een Distel. Als je Corn-thisle intypt in Google kom je meestal uit op een heel andere Distel, de Akkerdistel (Cirsium arvense). Dit geeft aan hoe belangrijk een wetenschappelijke naam is.
Voor de verspreiding van Sonchus arvensis in Engeland zie deze kaart.
De Franse naam voor deze plant is Laiteron des champs: Laiteron kan je het beste vertalen met "melkachtig" en Des champ met "van het land".
De Duitse naam Acker-Gänsedistel vertaal je met Akker- Ganzendistel. Ik heb niet de indruk dat deze distel nu typisch ganzen- of varkensvoer was. Ook niet dat deze door dit vee werd gegeten. Het is volgens mij maar een naam om de soort aan te duiden. Wel werd de plant vroeger veel gebruikt voor culinaire toepassingen. Soms ook medicinaal.
Voor de verspreiding van Akkermelkdistel in Duitsland zie deze kaart.
De Spaanse is Cerraja of Cardincha. Dit is best wel vreemd/verwarrend. Zowel deze plant als de Gekroesde melkdistel (Sonchus asper) zouden allebei Cerraja of Cardincha heten. Cerraja betekent "slot" en Cardincha betekent "kardinaal". Beide namen kan ik niet verklaren en ik weet niet welke plant bij welke naam hoort. Dus voor mij totaal onbekend.
In Spanje kent men minstens vier namen voor elke plant. De algemene volksnaam, de Catalaanse naam (Provincie in Noord+Oost Spanje tegen de Pyreneeën aan), de Gallische naam (provincie in Noord-West-Spanje) en de Baskische naam (provincie in West-Spanje tegen de Pyreneeën aan). Ik heb de meest voorkomende algemene naam gebruikt.
De Italiaanse naam is Grespino dei campi: Grespino is de algemene naam voor "distel". Dei betekent "afkomstig" en Campi "velden". Er is niet één specifieke Italiaanse naam voor een plant, dit verschilt per regio. De hier genoemde naam kan ook nog varianten hebben.
Er is niet één specifieke Italiaanse naam voor een plant, dit verschilt per regio. Er is een algemene volksnaam en ook nog een variatie of een volledige andere naam in een van de 17 provincies. Ik heb de meest voorkomende algemene naam gebruikt.
De Zweedse naam is Åkermolke: Åker betekent "akker" en Molke betekent "wei" Met wei wordt de melkachtige (bijna gele) drank bedoeld bij de kaasproductie. Het is de eerste melk van een koe die net gekalverd heeft (in Nederland heet dit biest).
Voor de verspreiding van Sonchus arvensis in Zweden zie deze kaart.
De Noorse naam is Åkerdylle: Åker betekent "akker" en Dylle zou misschien de algemeen benaming kunnen zijn voor "melkdistel", maar dit weet ik niet zeker dus is dit nog onbekend.
De Deense naam is Ager-Svinemælka: Ager betekent "akker" Svine betekent "varken" en Maelka "melk van" dus "melk van/voor een varken? De Deense benaming voor het melksap.
Ecologie & Verspreiding
Ecologie
Bodem
Zonnige, open plaatsen op vochtige, voedselrijke tot zeer voedselrijke, vaak sterk bemeste, zwak zure tot kalkrijke, vaak omgewerkte grond (van zand tot klei, ook op stenige plaatsen, maar weinig op veen). Zeemelkdistel groeit op voedselarmer duinzand.
Groeiplaats
Akkers (hakvruchtakkers), ruigten, zeeduinen (o.a. langs strandvlakten), braakliggende grond, bermen, waterkanten (oeverruigten en basaltbeschoeiingen), dijken, afgravingen (wanden van terreininsnijdingen), langs stoepranden en langs muren. Akkermelkdistel is een erg hardnekkig akkeronkruid, vooral in hakvruchtakkers, maar ook wel tussen granen. Overbemesting en bodemverslemping zijn gunstig voor de soort. Zeemelkdistel: Langs de zee.
Verspreiding
Nederland
Zeer algemeen.
Vlaanderen
Zeer algemeen, maar zeldzamer in de Kempen.
Wallonië
Algemeen, maar zeldzamer in de Hoge Ardennen.
Wereld
Gematigde streken.
Bron: Wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL
Planten in het nieuws
Verspreiding Akkermelkdistel

FLORON Verspreidingsatlas vaatplanten