Kleefkruid

Algemeen

Er komen minstens 10 soorten Walstro (Galium) in het wild voor in Nederland:

  • Blauw walstro ((Sherardia arvensis) - vrij zeldzaam
  • Geel walstro (Gallium verum) - algemeen
  • Glad walstro (Galium mollugo subsp. erectum) - algemeen
  • Kleefkruid (Galium aparine) - algemeen
  • Kruisblad walstro (Cruciata laevipes) - vrij zeldzaam
  • Kalkwalstro (Gallium pumilum) - zeer zeldzaam
  • Lieve vrouwe bedstro (Gallium odoratum) - algemeen maar verwilderde tuinplant
  • Liggend walstro (Gallium saxatile) - algemeen
  • Moeraswalstro (Galium palustre) - algemeen
  • Ruw walstro (Gallium uligosum) - algemeen

Op de website van Flora van Nederland is een Videodeterminatie van deze plant te zien.

Verklaring Nederlandse naam

Deze plant heet zo omdat hij overal aan blijft klitten. Hij kleeft niet, maar de vele rijen stekelhaartjes zorgen ervoor dat de plant overal aan blijft plakken.

Namen in andere talen

  • English: Cleavers, Stickywilly, Goosegrass
  • Français: Gaillet gratteron
  • Deutsch: Klettenlabkraut
  • Espanõl: Amor del hortelano
  • Italiano: Attaccamani
  • Svenska: Snärjmåra
  • Norsk: Klengemaure
  • Dansk: Burre-Snerre

verklaring Buitenlandse namen

Er zijn drie Engelse namen:

  1. Cleavers: Het Engels kent talloze variaties op het klevende/klittende gedrag van de zaden van deze plant. Clite, Click, Clitheren, Clithers zijn ongetwijfeld verschillende vormen van het woord Cleavers.
  2. Stickywilly: Dit is bijv. een van deze variaties.
  3. Goosegrass: Dit betekent natuurlijk "ganzengras". Vroeger aten ganzen (en ander vee) dit plantje graag. Kleefkruid is absoluut geen familie van de Grassen.

Voor de verspreiding van Kleefkruid in Engeland zie deze kaart.

De Franse naam is Gaillet gratteron. Voor Gaillet zijn drie mogelijke antwoorden.

  • Gaillet is de Franse naam voor "Straw of the bed of Notre Dame" Dit is naar de legende dat Maria (Notre Dame) familie van dit plantje (onze lieve vrouwe bedstro) gebruikte als vulling voor de kribbe.
  • Gaillet komt van het Latijnse Gallus en betekent "haan".  Dit naar aanleiding van de vorm van het blad vergeleken met de poot van de haan.
  • Gaillet komt van Caille-Lait wat  "gestremde melk" betekent. Dit naar het tweede deel van de wetenschappelijke naam.

Gratteron komt van Gratter wat "krabben/krassen/klauwen" betekent.

De Duitse naam is Klettenlabkraut. Dit betekent "klittend stremsel kruid". Het woord Stremsel wordt bij het tweede deel van de wetenschappelijke naam uitgelegd.

De Spaanse naam is Amor del hortelano. Dit betekent "liefde van de tuinman". Of dit gewilde liefde is vanwege de nuttige eigenschappen of ongewilde liefde vanwege het hinderlijke klitten is mij onbekend.

In Spanje kent men minstens vier namen voor elke plant. De algemene volksnaam, de Catalaanse naam (Provincie in Noord+Oost Spanje tegen de Pyreneeën aan), de Gallische naam (provincie in Noord-West-Spanje) en de Baskische naam (provincie in West-Spanje tegen de Pyreneeën aan). Ik heb de meest voorkomende algemene naam gebruikt.

De Italiaanse naam is Attaccamani. Dit betekent "aanvalshand". De handvormige stengelbladeren met de haren erop in één woord samengevat.

Er is niet één specifieke Italiaanse naam voor een plant, dit verschilt per regio. Er is een algemene volksnaam en ook nog een variatie of een volledige andere naam in een van de 17 provincies. Ik heb de meest voorkomende algemene naam gebruikt.

De Zweedse naam is Snärjmåra. Snårj komt van Snårje en betekent "verstrikken". Måra betekent "walstro", dus "verstrikkende Walstro".

Voor de verspreiding van Kleefkruid in Zweden zie deze kaart.

De Noorse naam is Klengemaure. Klenge betekent "klampen/kleven/klitten". Maure betekent net als de Zweedse naam  Måra Walstro. Dus ook "klittende/klevende walstro".

De Deense naam is Burre-Snerre. Burre komt van het Zweedse Borre. Met Borre wordt in het algemeen een bol met stekel bedoeld. Dus een klit om wol mee te kaarden. Natuurlijk wordt met Burre niet zo'n grote bol bedoeld maar wel de kleine klittende zaadbolletjes. Snerre komt van het oud Deens Snæriæ of het Zweeds Snärje en betekent "verstrikken".

Ecologie & Verspreiding

Ecologie

Bodem
Zonnige tot vaak licht beschaduwde plaatsen op droge tot meestal vochtige, voedselrijke tot zeer voedselrijke, zwak zure tot kalkhoudende, omgewerkte grond (vrijwel alle grondsoorten, behalve hoogveen).

Groeiplaats
Bossen (loofbossen en rivier- en beekdalbossen), grienden, bemeste bosranden, struwelen, heggen (voedselrijke zomen), kapvlakten, in knotbomen, plantsoenen, akkers (akkers en akkerranden), waterkanten (oeverruigten langs plassen en rivieren en oeverwallen in het zoetwatergetijdengebied), zeeduinen (o.a. ruigten op strandvlakten), zeedijken (tussen stenen beschoeiingen), kiezelstranden, baggerstortplaatsen, moerassen (afgebrand rietland), puin, verwilderde tuinen, langs spoorwegen (langs verwaarloosde spoorsloten) en niet gemaaide dijken.

Verspreiding

Nederland
Zeer algemeen.

Vlaanderen
Zeer algemeen, maar iets minder in de Kempen.

Wallonië
Zeer algemeen, maar iets minder in de Ardennen.

Wereld
Alle werelddelen, voornamelijk in streken met een gematigd klimaat.

Planten in het nieuws

Meer

Zie ook de wetenschappelijke verklaring.

Verspreiding Kleefkruid

FLORON Verspreidingsatlas vaatplanten

Foto's