Melige toorts

Algemeen

Melige toorts is net iets zeldzamer dan zijn witte broertje/zusje Mottenkruid (Verbascum blattaria). En ik schrijf witte maar.......zowel Melige toorts als Mottenkruid kunnen ook gele bloemen hebben. Gelukkig zijn er ook andere verschillen dus Melige toorts is echt wel te onderscheiden van andere Verbascum soorten. Melige toorts bloeit in Juni tot en met Oktober.

Er komen minstens 6 soorten Verbascum soorten in het wild voor in Nederland:

Verklaring Nederlandse naam

Nog een verschil met andere Toortsen heeft met de naam te maken. Het "melige" van de Melige toorts bevindt zich onder het stengelblad. Aan de onderzijde van dit blad heeft melige (grijsachtig viltig) indruk door de fijne aanwezige sterharen. Het "vilt" verdwijnt in de loop van het seizoen.

Met Toorts wordt het uiterlijk van de hele plant bedoeld. Vroeger werd de plant ook gebruikt als kaars/toorts zoals beschreven bij die andere Toorts, de Stalkaars (Verbascum densiflorum).

Namen in andere talen

  • English: White Mullein
  • Français: Molène lychnide
  • Deutsch: Mehlige Königskerze
  • Espanõl: Candelera
  • Italiano: Verbasco licnite
  • Svenska: Grenigt kungsljus
  • Norsk: Mjølkongslys
  • Dansk: Bleg Kongelys

Verklaring Buitenlandse namen

De Engelse naam is White Mullein. Dit betekent "wite Mullein". Dit heeft ook te maken met de Witte bloemen (ze kunnen ook geel! zijn) maar ook met het witte uiterlijk van de onderzijde van het stengelblad. Deze heeft een melige (grijsachtig viltig) indruk door de fijne aanwezige sterharen. Zie ook de verklaring van de Nederlandse naam. 

De algemene Engelse naam voor een Verbascum soort is Mullein. Er zijn twee mogelijke verklaringen voor dit woord:

  1. De naam komt van het Latijnse Mollis wat "zacht" betekent. Alle Verbacumsoorten hebben een zachte harige stengel en zachte harige bladeren.
  2. De naam is gerelateerd aan het Oud latijnse Malandrium. Hiermee wordt Malanders bedoeld, een veeziekte waarvoor Mullein een remedie voor was.

De Franse naam is Molène lychnite. Het woord Molène wordt bij de Engelse naam uitgelegd. Lychnite is de Franse benaming voor het tweede gedeelte van de wetenschappelijke naam.

De Duitse naam is Mehlige Königskerze. Dit betekent "melige koningskaars". Het Melige wordt o.a. bij de Nederlandse naam uitgelegd. De Koningskaars (Verbascum thapsus) is de 'basissoort' voor een Verbascumsoort in Duitsland. Elke toorts heeft in Duitsland de naam Köningskerze in zich.

De Spaanse naam is Candilera. Dit betekent "kandelaar". Waarom juist deze soort specifiek Kandelaar wordt genoemd is mij onbekend. Er zijn ook geen waarnemingen in Spanje. En het vreemde is dat als je de naam Candilera bij Google opzoekt krijg je als resultaat pagina's die verwijzen naar een heel andere pant, Phlomis lychnitis.

De Italiaanse naam is Verbasco licnite.. Dit is de Italiaanse benaming voor de volledige Wetenschappelijke naam.

Er is niet één specifieke Italiaanse naam voor een plant, dit verschilt per regio. Er is een algemene volksnaam en ook nog een variatie of een volledige andere naam in een van de 17 provincies. Ik heb de meest voorkomende algemene naam gebruikt.

De Zweedse naam is Grenigt kungsljus. Grenigt betekent "vertakte". Het lijkt logisch maar niet elke Toorts is vertakt. Ljust betekent "licht/helder". Misschien verwijst dit ook naar het gebruik als fakkel (zie verklaring Nederlandse naam). Kungs betekent "konings", totaal dus Vertakte koningskaars. Maar net zoals de Italiaanse naam is de vraag waarom de naam Koningskaars word gbruikt. Het is mij onbekend. Deze twee planten zijn totaal andere soorten. Kungsljus is het het Zweedse woord voor een Verbascumsoort. Elke soort Toorts heeft in Zweden Kungsljus in de naam.

De Noorse en Deense naam is min of meer gelijk, Mjølkongslys/Bleg Kongelys. Dit betekent "melk/bleke koningskaars". Niet te verwarren met de naam voor Koningskaars (Verbascum thapsus) want die is Filtkongslys/Filtbladet Kongelys.

Ecologie & Verspreiding

Ecologie

Bodem
Zonnige, warme, open tot grazige, warme plaatsen op droge tot matig droge, matig voedselrijke, stikstofrijke, kalkrijke grond (zand, mergel en stenige plaatsen).

Groeiplaats
Heggen, struwelen, bosranden (kalkrijke zomen), kapvlakten, rotsachtige plaatsen, langs spoorwegen (spoorbermen en spoorwegterreinen), grasland (kalkgrasland), bermen, omgewerkte grond, opgespoten grond, steile, stenige kalkhellingen en zeeduinen.

Verspreiding

Nederland
Zeldzaam in de duinen bij Haarlem, het Gelderse rivierengebied, Zuid-Limburg en op enkele stationsterreinen.

Vlaanderen
Zeer zeldzaam, o.a. bij Turnhout.

Wallonië
Vrij zeldzaam in het Maasgebied en in Lotharingen (de zuidelijke Ardennen). Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.

Wereld
In West-Azië, Noord-Afrika en Zuid-, Oost- en Midden-Europa. Noordelijk tot in Nederland en Zuid-Engeland. Verder noordelijk hier en daar ingeburgerd.

Meer

Zie ook de wetenschappelijke verklaring

Verspreiding Melige toorts

Verspreiding Melige toorts

FLORON Verspreidingsatlas vaatplanten