Allium oleraceum - rohulauk Keilas2


Algemeen

Jammer dat zo'n fragiele soort look zo zeldzaam is. Moeslook bloeit voor een Looksoort redelijk laat in het jaar, in Juni, Juli en Augustus.

Er komen in minstens 6 soorten Look (Allium) in het wild voor in Nederland:

Verklaring Nederlandse naam

Als je het woord Moes herleidt komt je uit dat het een groente is. Dus het werd/wordt gegeten als groente.

Het woord Look is niet of nauwelijks te verklaren. Ook het etymologisch woordenboek heeft geen eenduidige verklaring.

Namen in andere talen

  • English: Field Garlic
  • Français: Ail maraîcher
  • Deutsch: Gemüse-Lauch
  • Espanõl: Ajo de cigüeña
  • Italiano: Aglio oleraceo
  • Svenska: Backlök
  • Norsk: Vill-lauk
  • Dansk: Vild Løg

Verklaring Buitenlandse namen

De Engelse naam is Field Garlic. Dit betekent "veld knoflook". Het woord veld is puur ter onderscheid van andere Knoflook-soorten. De naam Garlic geeft aan dat deze plant familie is van de Knoflook (Allium sativum) die we kennen voor gebruik in de keuken.

De Franse en Duitse naam is nagenoeg gelijk, Ail maraîcher/Gemüse-Lauch.. Dit is de Frans/Duitse benaming voor de volledige wetenschappelijke naam.

De Spaanse naam is Ajo de cigüeña. Ajo betekent "knoflook". Cigüeña betekent "ooievaar". Waarom deze naam is mij onbekend.

De Italiaanse naam is Aglio oleraceo. Dit is de Italiaanse benaming voor de volledige wetenschappelijke naam.

De Zweedse naam is Backlök. Dit woordje laat zich een beetje moeilijk vertalen dus voorlopig is het mij onbekend.

De Noorse en Deense naam is nagenoeg gelijk, Vill-lauk/Vild Løg. Dit betekent "wilde look". Dit is volgens mij echt ter onderscheid want andere soorten Look heten bijv. De Zweedse, Noorse en Deense naam voor Bieslook (Allium schoenoprasum) is ook nagenoeg gelijk, Gräslök/Graslauk/Pur-Løg. Dit betekent Graslook/Graslook/Prei-look. Pur komt van het Zweedse Purre dat "prei" betekent (een andere Allium-soort)

Ecologie & Verspreiding

Ecologie

Bodem
Zonnige tot half beschaduwde, vrij warme en vrij open plaatsen op droge tot matig vochtige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, weinig stikstofrijke, kalkrijke, humushoudende en vaak omgewerkte grond (zand, zavel, mergel, lichte klei en stenige plaatsen).

Groeiplaats
Akkers, rotsachtige plaatsen, struwelen, heggen, bosranden, hakhoutbosjes (kalkrijke zomen), dijken, bermen, grasland (kalklhellingen) en rivierduinen (op enigszins verstoorde of verruigde plekken).

Verspreiding

Nederland
Zeldzaam in Zuid-Limburg, in het rivierengebied, in Zeeland en in de Hollandse duinen. Elders zeer zeldzaam.

Vlaanderen
Zeer zeldzaam, o.a. in Haspengouw en in de Kempen.

Wallonië
Vrij algemeen tot vrij zeldzaam in het Maasgebied en in de zuidelijke Ardennen (vooral ten zuiden van de lijn Samber en Maas).

Wereld
In het grootste deel van Europa, maar ontbrekend in sommige randgebieden. Op enkele plaatsen ingeburgerd in Noord-Amerika.

Meer

Zie ook de wetenschappelijke verklaring

Verspreiding Moeslook

FLORON Verspreidingsatlas vaatplanten

Verspreiding Moesdistel