Ceratocapnos claviculata

Algemeen

Bij het maken van dit artikel zag ik dat Rankende helmbloem deel uit maakt van de Papaverfamilie (Papaveraceae). Persoonlijk heb ik nooit bij stil gestaan bij het feit dat deze plant uit dezelfde familie komt als een Corydalis (bijv. Vingerhelmbloem (Corydalis solida)). Dit komt natuurlijk ook omdat een Corydalis al in Maart/April bloeit en de Rankende helmbloem veel later. Rankende helmbloem bloeit in Juli tot en met September.

Verklaring Wetenschappelijke naam

De officiële wetenschappelijke naam is Ceratocapnos claviculata (L.) Lidén

Ceratocapnos is een samenstelling van het Griekse cera dat "hoorn" betekent en capnos dat "hoed" betekend. Dit alles naar de vorm van de bloem.

Claviculata is Latijn en betekent "rankend/klimplant" dat verwijst naar het klimmende gedrag van de plant door het ontbreken van een stevige stengel.

Meestal staat er achteraan de wetenschappelijke naam een afkorting. Dit is de afkorting van een wetenschapper/botanicus die deze plant deze plant heeft ontdekt/verzameld en tot details heeft beschreven. Soms staat er een tweede afkorting. Dan heeft een andere wetenschapper/botanist de plant nog beter  beschreven en iets gewijzigd. De eerste naam komt dan tussen haakjes te staan. In dit geval is dit (L.) Lidén

L. staat voor Carl Linnaeus en Léden staat voor Magnus Lidén (geboren in 1951) is een Zweedse systematische botanicus .Lidén behaalde een doctoraat in systematische botanie aan de Universiteit van Göteborg in 1986, waar hij bleef tot 1997. Hij was de directeur van de Uppsala Botanic Gardens van 1998 – 2003.

Namen in andere talen

  • English: Climbing Corydalis
  • Français: Corydale à vrilles
  • Deutsch: Europäischer Rankenlerchensporn
  • Espanõl: Fumaria con pampañas
  • Italiano: ?
  • Svenska: Klängnunneört
  • Norsk: Klengelerkespore
  • Dansk: Klatrende Lærkespore

Verklaring Buitenlandse namen

De Engelse naam is Climbing Corydalis. Dit betekent "klimmende/rankende Corydalis". Het is dus een combinatie van het eerste gedeelte van de Nederlandse naam en het tweede gedeelte van de naam van de soort waar hij op lijkt, de Corydalis. Dus het eerste gedeelte van de wetenschappelijke naam van bijv. de Corydalis solida (Vingerhelmbloem).

De Franse naam is Corydale à vrilles. Dit betekent "Corydalis die rankt", dus het zelfde als de Engelse naam.

De Duitse naam is Europäischer Rankenlerchensporn. Dit betekent "Europese rankende helmbloem". De Rankende Helmbloem blijkt een echte Europese plant te zijn. Lerchensporn is de Duitse naam voor een Corydalis-soort.

De Spaanse naam is Fumaria con pampañas. Carl Linnaeus deelde deze plant in bij het Fumaria-geslacht als  Fumaria clavitulata. In 1984 werd deze plant opnieuw ingedeeld als Ceratocapnos claviculata door Magnus Lidén (een Zweedse botanicus) beschreven in de boeken Anales del Jardín Botánico de Madrid. Con betekent "van het" en pampañas betekent "platte land". Het gekke is dat ik niet precies wat hier mee word bedoeld. Want Rankende helmbloem is een typische bosplant van half open schaduw en het Spaanse platte land is niet bepaald half open schaduw. Misschien vroeger wel maar voorlopig is dit voor mij nog even onbekend.

In Spanje kent men minstens vier namen voor elke plant. De algemene volksnaam, de Catalaanse naam (Provincie in Noord+Oost Spanje tegen de Pyreneeën aan), de Gallische naam (provincie in Noord-West-Spanje) en de Baskische naam (provincie in West-Spanje tegen de Pyreneeën aan). Ik heb de meest voorkomende algemene naam gebruikt.

De Italiaanse naam is mij onbekend. Er zijn ook geen waarnemingen in Italië.

De Zweedse naam is Klängnunneört. Dit betekent "rankende nonnenkruid". Nonnenkruid is het Zweedse woord voor het Corydalis-geslacht. Het woord Non is vanwege het feit dat de plant door nonnen rond 1760 in kloosters hebben geïntroduceerd. Ört/eurt/urt is de Scandinavische term voor "kruid".

De Noorse en Deense naam is nagenoeg gelijk, Klengelerkespore/Klatrende Lærkespore. Klein/Klimmende leeuwerikspoor. Leeuwerikspoor is de Noors/Deense naam voor een Corydalis-soort.

Ecologie & Verspreiding

Ecologie

Bodem
Licht beschaduwde, soms zonnige plaatsen op droge tot soms vrij natte, voedselarme, kalkarme (zure) grond. Vooral op plekken met veel ruwe humus (zand, leem, veen of stenige plaatsen).

Groeiplaats
Bossen (loofbossen en naaldbossen), bosranden, houtwallen, struwelen, heggen, hakhout, kapvlakten, houtkaden, zeeduinen, heide, plantsoenen, parken, villawijken, langs hekwerken, veebegraafplaatsen, rotsachtige plaatsen, moerassen (verruigd rietland), waterkanten (langs greppels, op aanspoelsel langs plassen en in oeverruigten langs kanalen).

Verspreiding

Nederland
Vrij algemeen op de zandgronden in het noordoosten, oosten en midden en vrij zeldzaam in Noord-Brabant, Noord-Limburg, aan de binnenduinrand en in laagveengebieden. Elders zeldzaam. Niet in Zuid-Limburg.

Vlaanderen
Vrij algemeen in de Kempen en in de Zand- en Zandleemstreek. De soort breidt zich uit.

Wallonië
Zeer zeldzaam.

Wereld
In West-Europa, van Noord-Portugal tot Zuidwest-Noorwegen. De oostgrens loopt door Noord-Limburg en Noordwest-Duitsland. De soort breidt zich uit naar Midden-Europa.

Meer

Zie ook de Nederlandse verklaring

Verspreiding

FLORON Verspreidingsatlas vaatplanten

Foto's