Dipsacus pilosus

Algemeen

De Kleine kaardebol is qua hoogte zeker niet klein. Hij kan makkelijk net `zo groot, zo niet groter, worden dan Grote kaardenbol (Dipsacus fullonum). Dit in tegenstelling tot de rest van de onderdelen van de plant. Die zijn wel allemaal kleiner. En er is één groot verschil als hij bloeit, de bloemen zijn wit. Kleine kaardenbol bloeit in Juli en Augustus.

Er komen in Nederland minstens 4 Kaardenbol (Dipsacus) soorten in het wild voor in Nederland:

  • Grote kaardebol (Dipsacus fullonum) - algemeen
  • Kleine kaardenbol (Dipsacus pilosus) - vrij zeldzaam
  • Slipblad kaardenbol (Dipsacus laciniatus) - vrij zeldzaam
  • Slanke kaardenbol (Dipsacus strigosus) - zeldzaam

Verklaring Wetenschappelijke naam

De officiële wetenschappelijke naam is Dipsacus pilosus L.

Dipsacus (Latijn) en betekent "drinkbeker/dorstlesser". De stevige stengelbladeren van de plant zijn aan de voet vergroeid en vormen zo een soort kom/trechter waarin regenwater wordt opgevangen. Er zijn verschillende theorieën waarom de plant het water vast houdt. Een van deze theorieën is dat de plant wellicht, gedeeltelijk, carnivoor is. De 'drinkbekers' zouden dienst doen als val. Kleine insecten die in het water terecht komen worden langzaam verteerd. Anders dan bij andere carnivoren (zoals bijv. Groot blaasjeskruid (Utricularia vulgaris)) planten heeft de kaardenbol geen enzymen die het afbraakproces versnellen en is de plant afhankelijk van het natuurlijk afbraakproces. Er is weinig onderzoek naar gedaan. Maar eentje is op deze site te vinden.

Pilosus is Latijn en betekent "harig/bedekt met haren. Dit wordt uitgelegd bij de Franse naam.

Meestal staat er achteraan de wetenschappelijke naam een afkorting. Dit is de afkorting van een wetenschapper/botanicus die deze plant deze plant heeft ontdekt/verzameld en tot details heeft beschreven. Soms staat er een tweede afkorting. Dan heeft een andere wetenschapper/botanist de plant nog beter  beschreven en iets gewijzigd. De eerste naam komt dan tussen haakjes te staan. In dit geval is dit L. Dit staat voor Carl Linnaeus

Namen in andere talen

  • English: Small teasel
  • Français: Cardère poilue
  • Deutsch: Behaarte Karde
  • Espanõl: Cardencha menor
  • Italiano: Dipsaco peloso
  • Svenska: Hårig kardvädd
  • Norsk: Hårkardeborre
  • Dansk: Håret kartebolle

Verklaring Buitenlandse namen

De Engelse naam is Small teasel. Dit betekent "kleine kaardenbol", het zelfde als de Nederlandse naam.

De Franse naam is Cardère poilue. Cardère betekent "gekaard" en poilue betekent "behaard". Dus Behaarde kaardenbol. Deze plant is net zo en op dezelfde plekken behaard als zijn grotere broertje of zusje. Dus het woord 'Behaard' dient puur ter onderscheid. In vele talen komt deze naam terug.

De Duitse naam is Behaarte Karde. Dit betekent "behaarde kaardenbol" net als de Franse naam.

De Spaanse naam is Cardencha menor. Dit betekent letterlijk "mindere/minderjarige" Kaardenbol. De Grote kaardenbol wordt in Spanje de "basis" Kaardenbol gezien. 

De Italiaanse naam is Dipsaco peloso. Dipsaco is de Italiaanse benaming voor het eerste gedeelte van de wetenschappelijke naam. Peloso betekent "harig".

De Zweedse naam is Hårig Kardvädd. Hårig betekent "harig". Vädd is een Zweedse naam voor het geslacht Dipsacaceae (Kaardebol familie). Kard komt van Karda en betekent kaardgereedschap voor wol, katoenteelt voor het opruwen van stof. De herkomst van de naam Vädd is onzeker.

De Noorse naam is HårKardeborre. Dit betekent eigen "haarkaardebol" maar het heeft uitleg nodig. Kardeborre is een combinatie van het werkwoord "Karde", wat betekent "het kaarden van wol", en "Borre", Dit is eigenlijk de naam voor Arctium lappa (Grote klit en in het Engels Burdock). Hiermee wordt in het algemeen een bol met stekels mee bedoeld. Dus een klit om wol mee te kaarden.

De Deense naam is Håret Kartebolle.Håret betekent "behaarde". Kartebolle betekent gewoon "kaardebol".

Ecologie & Verspreiding

Ecologie

Bodem
Half beschaduwde tot licht beschaduwde, min of meer open plaatsen op vochtige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, kalkhoudende, humeuze grond (leem en stenige plaatsen).

Groeiplaats
Bossen (open plekken in loofbossen, beek- of rivierbeleidende bossen en populierenaanplantingen), bosranden, struwelen, kapvlakten, waterkanten (langs beken), langs spoorwegen, afgravingen (kalkgroeven) en steile hellingen.

Verspreiding

Nederland
Vrij zeldzaam in Zuid-Limburg en zeldzaam in Midden-Limburg, in het oosten van het land en in het oostelijk rivierengebied. Elders zeer zeldzaam.

Vlaanderen
Zeldzaam tot zeer zeldzaam, maar plaatselijk talrijk. Het meest in de Maasvallei en de Voerstreek.

Wallonië
Plaatselijk vrij algemeen in Lotharingen en in de Kalkstreek (in de zuidelijke Ardennen). Elders zeldzamer.

Wereld
Zuidwest-Azië, Zuid- en Midden-Europa. Noordelijk tot in Nederland en Engeland.

Meer

Zie ook de Nederlandse verklaring

Verspreiding

Verspreiding Kleine kaardenbol

FLORON Verspreidingsatlas vaatplanten

Foto's