Algemeen
De zeer mooie vruchten (zie foto's) hebben haakvormige gekromde naalden , de Nederlandse naam Nagelkruid heeft hier overigens niets mee te maken. Die gekromde naalden blijven gemakkelijk haken in de vacht van een dier of aan de kleding van mensen en helpen wel mee met een goede verspreiding.
n de Middeleeuwen werd Geel nagelkruid "het gezegende kruid" genoemd, een vroegere botanische naam Herba benedicta is hiervan afgeleid. Deze naam komt in diverse talen terug. Zo stelt de Ortus Sanitatis uit 1491: "waar de wortel hiervan in een huis bewaard wordt, kan de satan niets uitrichten", en "als een man dit kruid draagt, kan geen giftig beest hem deren". Rembert Dodoens schrijft in zijn publicatie Het cruydeboeck uit 1554 ook het een en ander over deze plant.



Geel nagelkruid bloeit vanaf Mei tot en met Juli.
Er komen in Nederland minstens 3 soorten Nagelkruid (Geum) voor:
- Geel nagelkruid (Geum urbanum) (Geum urbanum) - algemeen
- Groot nagelkruid (Geum macrophyllum) - algemeen maar exoot (zie dit artikel)
- Knikkend nagelkruid (Geum rivale) - zeer zeldzaam maar vaak ingezaaid
Op de website van Flora van Nederland is een Videodeterminatie van deze plant te zien.
Verklaring Wetenschappelijke naam
Hoe komt een wetenschappelijke naam tot stand?
Een wetenschappelijke naam word niet zomaar gegeven. Iedereen (wetenschappers, floristen, liefhebbers etc.) moet tenslotte weten dat het over dezelfde plant gaat. Botanische nomenclatuur is de formele naamgeving van planten. Deze wordt geregeld door de International Code of Nomenclature for algae, fungi, and plants (ICN of ICNafp), een wetboek dat de wetenschappelijke namen van algen, schimmels en planten regelt.
Deze heet zo sinds het Internationaal Botanisch Congres in Melbourne in 2011, dat tot de naamswijziging besloot. Tot die tijd heette dit wetboek de International Code of Botanical Nomenclature (ICBN). In 1905 heeft het Internationaal Botanisch Congres van Wenen besloten om de publicatie van de eerste druk van Species plantarum te kiezen als het beginpunt van de moderne nomenclatuur voor planten. Dat betekent dat alle namen van vóór dit werk van Linnaeus niet meetellen, ook als die namen de vorm van een tweedelige naam hebben. Overige informatie staat op deze Wiki-pagina.
De officiële wetenschappelijke naam is Geum urbanum L.
Geum is afgeleid van Geuein (Grieks) en betekent "proeven/genieten van". Dit in verband met de aromatische wortelstok van de plant. De wortelstok van deze plant ruikt naar kruidnagelen. Volgens de Wikipagina van deze plant bevat de wortel Eugenol. Dit is een desinfecterende, plaatselijk pijnstillende stof die ook in kruidnagels voorkomt. In grote hoeveelheden kan gebruik van Eugenol gevaarlijk zijn. Hiernaast bevat de plant etherische oliën, bitterstof, tannine, het glycoside geïne, en leucoanthocyaninen. Gedroogde wortels en verse, voor de bloei geplukte bladeren van de plant werden vroeger als aftreksel gebruikt tegen maag- en darmstoornissen, diarree, en tegen ontsteking.
Urbanum komt van Urbs (Latijn) en betekent "stad", wat wil zeggen dat de plant groeit waar mensen wonen.
Meestal staat er achteraan de wetenschappelijke naam een afkorting. Dit is de afkorting van een wetenschapper/botanicus die deze plant deze plant heeft ontdekt/verzameld en tot details heeft beschreven. Soms staat er een tweede afkorting. Dan heeft een andere wetenschapper/botanist de plant nog beter beschreven en iets gewijzigd. De eerste naam komt dan tussen haakjes te staan. In dit geval is dit L. Dit staat voor Carl Linnaeus. In 1753 beschreef hij de soort als eerste in de publicatie Species Plantarum.



Meer
Zie ook de Nederlandse verklaring.
Bevruchting en verspreiding
Hoe bestuiven insecten bloemen?
Eerst een grappig detail. Carl Linnaeus beschreef in zijn publicatie Species Plantarum het plantenrijk verdeeld op basis van het aantal meeldraden stempels in de bloem. Deze publicatie kwam voor het eerst uit in 1753. Pas 20 jaar! later in 1793 beschreef Christian Konrad Sprengel de daadwerkelijke functie van deze meeldraden en het belang hiervan i.c.m. insecten.
De meeste planten worden door insecten bestoven. Maar niet elke plant is geschikt voor elk insect. Hier is over nagedacht! Vingerhoedskruid is bijv. geschikt voor grote bijen e.d. Maar een hommel past nooit in een smalle kelkbuis van bijv. Blauw glidkruid. Elke plant is gebouwd voor bepaalde insecten. Planten met een groot bloem oppervlak zoals bijv. een Klaproos of Madeliefje.
Ook geur is belangrijk voor bestuivers. Denk maar aan de geur van Welriekende nachtorchis. Deze geur lokt Nachtvlinders naar de bloem. Ook Poelruit heeft bijv. een aparte geur die dan weer een specifiek soort bestuiver aan trekt. Sommige planten vinden wij als mensen niet echt prettig ruiken, insecten denken daar anders over. Varkenskers is daar een goed voorbeeld van.
Ook de kleur van de plant is belangrijk. Want wat wij waarnemen ziet een insect anders. Het menselijk oog ziet een deel van het lichtspectrum (tussen de 400 en 750nm) niet wat een insecten-oog wel ziet (tussen de 315 en 400nm). Onderstaande afbeelding geeft dit goed weer.
Juist dit stukje is voor bestuivers erg belangrijk. Wat wij zien als een twee egaal gekleurde bloemen die niet zoveel in kleur van elkaar verschillen ziet een insect als twee totaal andere bloemen. De kleuren geel en wit komen bij circa 58% van de inheemse plantensoorten voor.
UV-licht laat soms precies zien waar die lekkere nectar zich in de bloem bevindt middels honingmerken. Dit zijn specifieke vormen in het midden van de bloem, met donkere lijnen, vlekjes op de kroonbladen. Deze vormen worden in dit deel van het lichtspectrum zichtbaar waar wij egaal gekleurde kroonblaadjes zien. Deze honingmerken zijn soms zichtbaar. Kijk maar naar de gele ringen van Vergeet mij nietjes-soorten of de gele vlek in het hart van een Maartsviooltje. Maar het honingmerk van een Zonnebloem wordt pas zichtbaar in UV-licht.
De bloemen van Geel nagelkruid zijn tweeslachtig (hermafrodiet) en er zijn losse mannelijke bloemen op één plant. De bloemen zijn zwak protandrisch. Dat wil zeggen dat de mannelijke en vrouwelijke bloemen niet gelijktijdig rijp zijn. Dus zelfbestuiving vindt ook daadwerkelijk plaats maar is niet de belangrijkste bevruchting. Dat is het bezoek van insecten aan deze aromatische plant. Alhoewel, volgens een Duits onderzoek word de nectar van Geel nagelkruid half verborgen in het midden van de bloem aangeboden en daar tussen de meeldraden afgescheiden. Insectenbezoeken zijn schaars. Meestal bezoeken vliegen , zweefvliegen en kevers de bloem. Verspreiding gaat het meest via de typische wel bekende haakvormige vruchten die zich vasthechten aan de vacht van dieren en kleding van mensen.

Deze foto van de Duitse Wikipagina laat goed zien hoe succesvol die haakvormige vruchten wel niet zijn.
Namen in andere talen
- Frysk: Nagelkrûd
- English: Wood Avens, Herb Bennet
- Français: Benoîte commune, Herbe de saint benoît
- Deutsch: Echte Nelkenwurz, Benediktenkraut
- Espanõl: Benedicta
- Italiano: Cariofillata comune.
- Svenska: Nejlikrot
- Norsk: Kratthumleblom
- Dansk: Feber-Nellikerod
verklaring Buitenlandse namen
Er zijn twee Engelse namen:
- Wood Avens: Wood betekent "bos". De naam Bos geeft aan dat deze plant graag in de schaduw groeit. Vaak groeit deze soort samen met Knikkend nagelkruid (Geum rivale). En deze soort heeft dit voorvoegsel niet. Sterker nog, Geel nagelkuid en Knikkend nagelkruid kruisen vaak. En de nakomelingen zijn succesvol. Avens is de Engelse benaming voor Nagelkruid. De plant zou de naam Avens van het Latijnse Avencia te danken hebben , in het Middeleeuws Latijn, Avantia of avence. De betekenis van het woord is van onduidelijke herkomst en is in veel variaties toegepast op de plant in zeer vroege tijden.
- Herb Bennet: Herb betekent "kruid". Nagelkruid heette vroeger in Engeland "the Blessed Herb" (Herba Benedicta). Herb Bennet - is een verbastering, want in vroegere tijden werd aangenomen dat hij de macht om boze geesten en giftige beesten af te weren.
Voor de verspreiding van Geel nagelkruid in Engeland zie deze kaart.
Er zijn twee Franse namen:
- Benoîte commune: Benoit is eigenlijk het zelfde als de tweede Engelse naam. Commune betekent "algemeen". Het is de Franse benaming voor "herb Bennet".
- Herbe de saint benoît: Dit betekent "kruid van Benedicta". Herba benedicta dus, de oude naam voor Nagelkruid.
Er zijn twee Duitse namen:
- Echte Nelkenwurz: Dit betekent "echte kruidnagelwortel".
- Benediktenkraut: Dit betekent "Benedikterkruid".
Voor de verspreiding van Geel nagelkruid in Duitsland zie deze kaart.
De Spaanse naam is Benedicta: Ook weer Herba Benedicta.
In Spanje kent men minstens vier namen voor elke plant. De algemene volksnaam, de Catalaanse naam (Provincie in Noord+Oost Spanje tegen de Pyreneeën aan), de Gallische naam (provincie in Noord-West-Spanje) en de Baskische naam (provincie in West-Spanje tegen de Pyreneeën aan). Ik heb de meest voorkomende algemene naam gebruikt.
De Italiaanse naam is Cariofillata comune. komt van het Latijnse caryophyllum dat "kruidnagel" betekent. Dit verwijst weer naar de geur van de wortelstok. Commune betekent "gewoon/alledaags". Dit is ter onderscheid, want er bestaat ook nog Knikkend nagelkruid (Geum rivale) die in Italië Cariofillata dei rivi (vrij vertaald rivier nagelkruid) heet.
Er is niet één specifieke Italiaanse naam voor een plant, dit verschilt per regio. Er is een algemene volksnaam en ook nog een variatie of een volledige andere naam in een van de 17 provincies. Ik heb de meest voorkomende algemene naam gebruikt.
De Zweedse naam is Nejlikrot: Dit betekent "kruidnagelwortel".
Voor de verspreiding van Geel nagelkruid in Zweden zie deze kaart.
De Noorse naam is Kratthumleblom: Dit betekent "struikgewas hopbloemen". De wortels van deze plant werden gebruikt als specerij in bier en wijn.
De Deense naam is Feber-Nellikerod: Dit betekent "koorts-kruidnagelwortel".
Ecologie & Verspreiding
Ecologie
Bodem
Licht beschaduwde plaatsen op vochtige tot matig droge, matig voedselarme tot voedselrijke, basische, vaak kalkhoudende grond (mergel, löss, lichte klei, leem, duinzand, rivierzand en zavel, zelden op laagveen).
Groeiplaats
Bossen (loofbossen en langs bospaden), struwelen, bosranden, heggen, houtwallen, langs holle wegen, plantsoenen, parken, waterkanten (langs bosbeken en slootkanten), bermen, muren, braakliggende grond en zeeduinen (noordhellingen in de kalkrijke duinen).
Verspreiding
Nederland
Algemeen, maar minder algemeen in het noordoosten, in de Kempen en in zeekleigebieden.
Vlaanderen
Algemeen, maar zeldzamer in de Polders en de Kempen.
Wallonië
Algemeen, maar zeldzamer in de Ardennen.
Wereld
Bijna heel Europa, West- en Midden-Azië en Noordwest-Afrika. Ingeburgerd op een paar plaatsen in Australië en in Noord-Amerika.
Bron: Wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL
Verspreiding Geum urbanum

FLORON Verspreidingsatlas vaatplanten