Parentucellia viscosa

Algemeen

De Kleverige ogentroost heeft wel de Nederlandse naam "ogentroost" maar behoort tot een andere soort, Parentucellia) die in het wild voor komt in Nederland. Het is wel een halfparasiet en behoort tot de Bremraapfamilie.  De term 'halfparasiet" wordt uitgelegd bij één van de planten op deze pagina. Kleverige ogentroost bloeit in Mei tot en met September.

Er komen minstens 6 Ogentroost (Odontitus) soorten in het wild voor in Nederland:

  • Beklierde ogentroost (Euphrasia officinalis) - zeer zeldzaam (1 waarneming)
  • Bosogentroost (Euphrasia nemorosa) - zeldzaam
  • Rode ogentroost/Late ogentroost (Odontites vernus subsp. serotinus) - algemeen
  • Slanke ogentroost (Euphrasia micrantha) - zeer zeldzaam
  • Stijve ogentroost (Euphrasia stricta) - algemeen
  • Vierrijige ogentroost (Euphrasia tetraquetra) - vrij zeldzaam

De Kleverige ogentroost - (Parentucellia viscosa) en de Akkerogentroost (Odontites vernus subsp. vernus) hebben wel de Nederlandse naam "ogentroost" maar behoren tot een andere soort.

Verklaring Wetenschappelijke naam

De officiële wetenschappelijke naam is Parentucellia viscosa (L.) Caruel

Parentucellia is de achternaam van paus Nicolaas de Vijfde waar naar deze plant is vernoemd. Dit als eerbetoon omdat hij stichter was van de Vaticaanse botanische tuin (in de 15e eeuw).

Viscosa komt van het Latijnse viscare dat "lijm/kleverig" betekent. Doelend op de vele klierharen op de gehele plant.

Meestal staat er achteraan de wetenschappelijke naam een afkorting. Dit is de afkorting van een wetenschapper/botanicus die deze plant deze plant heeft ontdekt/verzameld en tot details heeft beschreven. Soms staat er een tweede afkorting. Dan heeft een andere wetenschapper/botanist de plant nog beter  beschreven en iets gewijzigd. De eerste naam komt dan tussen haakjes te staan. In dit geval is dit (L.) Caruel

L. Dit staat voor Carl Linnaeus en Caruel staat voor Théodore (Teodoro) Caruel (27 juni 1830 - 4 december 1898) was een Italiaanse botanicus van Frans-Engelse afkomst die gespecialiseerd was in de flora van Toscane .

Namen in andere talen

  • English:  Yellow glandweed, Yellow Bartsia
  • Français: Bartsie visqueuse
  • Deutsch:  Gelbe Teerkraut, Gelbe Bartsie
  • Espanõl: ?
  • Italiano:  Parentucellia vischiosa, Perlina maggiore
  • Svenska: Gulhö
  • Norsk: Gultopp
  • Dansk: Gul Bartsie

Verklaring Buitenlandse namen

Er zijn twee Engelse namen:

  1. Yellow Bartsia. Ook hier weer vanwege de kleur en De botanische naam Bartsia is door Linnaeus vernoemd naar Johann Bartsch (1709-1738), een botanicus en arts uit Königsberg. Deze naam komt ook in diverse andere talen terug.
  2. Yellow glandweed. Dit betekent "geel klierkruid". Dit vanwege de kleur natuurlijk en de overdadige hoeveelheid klierharen.

Voor de verspreiding van Kleverige ogentroost in Engeland zie deze kaart.

De Franse naam is Bartsie visqueuse. Dit betekent "kleverige Bartsia". De klierharen op de stengel en bladeren van deze Bartsia (zie Engelse naam) zijn kleverig.

Er zijn twee Duitse namen:

  1. Gelbe Teerkraut. Dit betekent "geel teerkruid". Dus naar het kleverige spul teer.
  2. Gelbe Bartsie. Dit betekent ook weer "gele Bartsie".

De Spaanse naam is mij onbekend.

Er zijn twee Italiaanse namen:

  1. Parentucellia vischiosa. Deze naam is gelijk aan de wetenschappelijke naam.
  2. Perlina maggiore. Dit betekent "grote kraal". Waarom is mij nog niet bekend.

Er is niet één specifieke Italiaanse naam voor een plant, dit verschilt per regio. Er is een algemene volksnaam en ook nog een variatie of een volledige andere naam in een van de 17 provincies. Ik heb de meest voorkomende algemene naam gebruikt.

De Zweedse naam is Gulhö. Dit betekent "gele hooi". Waarom is mij nog niet bekend.

Voor de verspreiding van Kleverige ogentroost in Zweden zie deze kaart.

De Noorse naam is Gultopp. Dit betekent "gele top". Dit omdat de bovenkant van de plant als eerste bloeit.

De Deense naam is Gul Bartsie. Deze naam komt ook terug in de Engels, Franse en Duitse naam terug. De verklaring staat bij de tweede Engelse naam. 

Ecologie & Verspreiding

Ecologie

Bodem
Zonnige, vrij open plaatsen (in een ijle grasmat, pionier) op natte tot vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke, zwak zure tot kalkhoudende, humusarme zandgrond.

Groeiplaats
Drooggevallen zandplaten, opgespoten grond en grasland (vaak gemaaid gemaaid, vrij schraal grasland en grasland dicht bij zee).

Verspreiding

Nederland
Zeldzaam, maar plaatselijk vrij algemeen in Zeeland, in de Wieringermeerpolder en bij Amsterdam. Elders zeer zeldzaam.

Vlaanderen
Zeer zeldzaam.

Wallonië
Niet in Wallonië.

Wereld
Zuidwest-Azië, Noord-Afrika en Zuid- en West-Europa. Noordelijk tot in Nederland en Engeland.

Meer

Zie ook de Nederlandse verklaring

Verspreiding

Verspreiding Parentucellia viscosa

FLORON Verspreidingsatlas vaatplanten

Foto's