Starr 040723-0267 Verbascum thapsus


Algemeen

De Koningskaars is een van de meest harige van de zes in Nederland voorkomende Verbascum (Toortsen) soorten. Zowel de bladeren als de stengel zijn bedekt met een dichte wollige beharing. Hij kan wel twee meter hoog worden! De Koningskaars bloeit vanaf Juli tot en met Oktober.

 Er komen minstens 6 soorten Verbascum soorten in het wild voor in Nederland:

Verklaring Wetenschappelijke naam

De officiële wetenschappelijke naam is Verbascum thapsus L.

Verbascum is een verbastering van Barbatus (Latijn) en betekent "de baardige". Dit slaat op de wolachtige haren waarmeede bladeren, stengels en de meeldraden bezet zijn.

Thapsus komt van het Griekse eiland Thapsos, waar de plant veel voor kwam en werd gebruikt om stoffen geel te verven.

Meestal staat er achteraan de wetenschappelijke naam een afkorting. Dit is de afkorting van een wetenschapper/botanicus die deze plant deze plant heeft ontdekt/verzameld en tot details heeft beschreven. Soms staat er een tweede afkorting. Dan heeft een andere wetenschapper/botanist de plant nog beter  beschreven en iets gewijzigd. De eerste naam komt dan tussen haakjes te staan. In dit geval is dit L. Dit staat voor Carl Linnaeus.

Namen in andere talen

  • English: Great mullein
  • Français: Bouillon blanc
  • Deutsch: Kleinblütige Königskerze
  • Espanõl: Gordolobo
  • Italiano: Tasso barbasso
  • Svenska: Kungsljus
  • Norsk: Filtkongslys
  • Dansk: Filtbladet Kongelys

verklaring Buitenlandse namen

De Engelse naam is Great mullein. Dit betekent "grote mulein". Het is een van de grotere Verbacumsoorten (de familie waartoe deze plant behoort). De algemene Engelse naam voor een Verbascum soort is Mullein.  Er zijn twee mogelijke verklaringen voor dit woord:

  1. De naam komt van het Latijnse Mollis wat "zacht" betekent. Alle Verbacumsoorten hebben een zachte harige stengel en zachte harige bladeren.
  2. De naam is gerelateerd aan het Oud latijnse Malandrium. Hiermee wordt Malanders bedoeld, een veeziekte waarvoor Mullein een remedie voor was.

Voor de verspreiding van Koningskaars in Engeland zie deze kaart.

De Franse naam is Bouillon blanc. Het woord Bouillon is afgeleid van het (oud) Latijnse Bugillo wat Toorts betekent  en Blanc betekent "wit" vanwege de witte donsige haren op blad en stengel.

De Duitse naam is Kleinblütige Königskerze. Dit betekent "kleinbloemige koningskaars. De bloemen van dit grotere familielid zijn klein t.o.v. de grootte van de plant. Elke Toorts heeft in Duitsland Köningskerze in de naam.

De Spaanse naam is mij onbekend. Het aaantal varianten is zo groot dat ik de meest gebruikte naam niet ken.

In Spanje kent men minstens vier namen voor elke plant. De algemene volksnaam, de Catalaanse naam (Provincie in Noord+Oost Spanje tegen de Pyreneeën aan), de Gallische naam (provincie in Noord-West-Spanje) en de Baskische naam (provincie in West-Spanje tegen de Pyreneeën aan). Ik heb de meest voorkomende algemene naam gebruikt.

De Italiaanse naam is Tasso barbasso. Tasso betekent "das of taxus". Erg verschillend en ik weet tot nu toe ook niet waarom dit zo is. Barbasso is de Italiaanse benaming voor de eerste wetenschappelijke naam.

Er is niet één specifieke Italiaanse naam voor een plant, dit verschilt per regio. Er is een algemene volksnaam en ook nog een variatie of een volledige andere naam in een van de 17 provincies. Ik heb de meest voorkomende algemene naam gebruikt.

De Zweedse naam is Ljust kungsljus. Ljust betekent "licht/helder". Misschien verwijst dit ook naar het gebruik als fakkel (zie verklaring Nederlandse naam). Kunglusj is gelijk aan de ook aan de Nederlandse naam, Koningskaars. Kungsljus is het ook het Zweedse woord voor een Verbascumsoort. Elke Toorts heeft in Zweden Kungsljus in de naam.

Voor de verspreiding van Koningskaars in Zweden zie deze kaart.

De Noorse en Deense naam zijn nagenoeg gelijk. Filtkongslys/Filtbladet Kongelys. Dit betekent "viltviltbladige koningskaars".

Ecologie & Verspreiding

Ecologie

Bodem
Zonnige, open plaatsen op droge, goed doorlatende, matig voedselarme tot matig voedselrijke, meestal kalkhoudende, maar soms zwak zure, omgewerkte grond (meestal op zand, soms op mergel of zavel en op stenige plaatsen).

Groeiplaats
Langs spoorwegen (spoorbermen), zeeduinen (o.a. langs duinpaden en open plekken), heggen, struwelen, houtwallen, bermen (open, zandige plekken), grasland (ruig grasland), dijken, puin, afgravingen (zandgroeven), zanddepots, braakliggende grond, opgespoten grond, industrieterreinen, haventerreinen, bouwterreinen, stortterreinen, tussen straatstenen, steile kalkhellingen en ruigten (kalkrijke en beweide ruigten).

Verspreiding

Nederland
Vrij algemeen in de duinen en plaatselijk in Limburg, Noord-Brabant, het oosten en midden van het land en in Zeeland. Elders zeldzaam en zeer zeldzaam in het noordoosten.

Vlaanderen
Vrij algemeen.

Wallonië
Vrij algemeen, maar vrij zeldzaam in de Ardennen.

Wereld
Oorspronkelijk uit Zuid-Europa. Nu ook op veel plekken in gematigde streken in alle werelddelen, behalve Afrika.

Meer

Zie ook de Nederlandse verklaring.

Verspreiding Verbascum

FLORON Verspreidingsatlas vaatplanten